De Europese aandelenmarkten zijn 2012 positief begonnen. De economische vooruitzichten blijven somber, maar macrodata uit de VS en Duitsland zijn minder zwak dan verwacht en laten zelfs herstel zien. De forse geldinjectie door de ECB in de Europese banken vergrootte het vertrouwen. Men verwacht ook dat de Chinese overheid de Chinese economie nieuwe impulsen gaat geven.
De nieuwe regeringen in Griekenland, Italië en Spanje laten een daadkrachtiger optreden zien en herwinnen zo vertrouwen bij beleggers. De ECB verstrekte op grote schaal leningen aan banken en verkleinde zo de spanningen in de bankensector. Vooralsnog lijkt dit de kredietverlening niet te stimuleren. Banken stallen het geld namelijk weer bij de ECB. Of ze gebruiken het om te beleggen in Spaanse en Italiaanse staatsobligaties, wat overigens wel bijdraagt aan de rentedaling in deze landen.
Toch blijven de rentes hoog, waardoor de zwakke landen nauwelijks perspectief hebben op een betere financiële positie. De ECB zal dus nog meer stappen moeten zetten. Of de politiek zal nog iets moeten doen, zoals het vergroten van het permanente noodfonds (ESM). Duitsland was hier aanvankelijk fel op tegen, maar heeft haar scepsis laten vallen na het bereiken van akkoorden over fiscale discipline.
It’s a long way…
Al dit soort maatregelen zijn nodig om de acute problemen aan te pakken. Voor een structureel herstel van vertrouwen in de euro, is er tussen landen meer financiële solidariteit (fiscale unie) nodig. Politiek is dit nog een brug te ver. De meeste lidstaten willen zo weinig mogelijk soevereiniteit opgeven. Vooralsnog ligt de nadruk op bezuinigingen en fiscale discipline in de afzonderlijke landen. Hard nodig om een nieuwe crisis te voorkomen. Maar het lost de problemen van nu niet op. Keerzijde van bezuinigen is dat het de economische groei remt. Meer hierover lees je in het artikel: “De kracht van groei”.
Per saldo resteert een scenario waarin de probleemlanden weinig perspectief hebben om hun schuldenpositie op een acceptabel niveau te brengen. Daarvoor is verlaging van de rente nodig en een structurele verhoging van de economische groei. Om dit te realiseren moeten de economische onevenwichtigheden in Europa kleiner worden. De bezuinigingen moeten daarom samengaan met hervormingen, die de concurrentiekracht van landen versterken. Tot slot zal Europa moeten accepteren dat de economische verschillen voor een deel structureel zijn. En dat die verschillen fiscaal gecompenseerd moeten worden binnen een regio met een gemeenschappelijke munt.
Besmetting?
Kredietbeoordelaars verlaagden de status van een aantal Europese landen, ook van Frankrijk en Oostenrijk. Omdat het EFSF garanties heeft van de Eurolanden, werd ook de kredietwaardigheid van dit noodfonds verlaagd. De aankondigingen kwamen niet onverwacht: aandelenmarkten en obligatiemarkten reageerden nauwelijks op dit nieuws. Er was vooral opluchting over het feit dat dit nieuws nu niet meer boven de markt hing. Wel verzwakte de euro verder. Een zwakkere euro is gunstig voor de Europese economie: het versterkt de concurrentiepositie en de export.
De ontwikkelingen maken wel duidelijk dat er nog steeds besmettingsgevaar is in de Europese schuldencrisis. Ook voor het IMF blijft dit een punt van zorg. Daarom wil het extra vermogen achter de hand hebben om problemen te kunnen isoleren. De Europese landen hebben al aangegeven extra geld aan het IMF ter beschikking te willen stellen. De rest zal van de grote, opkomende markten moeten komen. De VS wil niet bijdragen. Die vindt Europa rijk genoeg om haar problemen zelf op te lossen.
Griekenland wéér op de agenda
Griekenland staat bovenaan de politieke agenda. De trojka van het IMF, de ECB en de Europese Commissie heeft zich nog niet officieel uitgesproken over de ontwikkelingen in Griekenland, maar de signalen wijzen erop dat men ontevreden is over de voortgang die het land boekt. De verkopen van staatseigendommen gaan moeizaam, de inningen van belastingen zijn onvoldoende.
Deze tegenvallers zaaien twijfel over het vermogen van Griekenland om op termijn haar financiën op orde te krijgen. Daarom wordt met spanning afgewacht of de trojka de tweede noodlening aan Griekenland gaat verstrekken. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat private banken met posities in Griekse staatsleningen akkoord gaan met een gedeeltelijke afwaardering. De onderhandelingen hierover verlopen moeizaam. Het risico dat Griekenland verplichtingen niet meer kan nakomen is toegenomen. Mocht het zover komen, dan is de kans groot dat ook de obligatiemarkten van andere Zuid-Europese landen weer onder druk komen.
Zwak groeiperspectief
Hoe staat het met de groei van de wereldeconomie? De prognoses zijn de afgelopen maanden herhaaldelijk naar beneden bijgesteld. Het IMF verwachtte in september nog dat de wereldeconomie met 4,0% zou groeien. Maar nu gaan ze uit van 3,3%. Voor Europa verwacht het IMF een milde recessie in 2012 (-0,5%), in september werd nog gerekend op 1,1% groei. De economie van de VS zal naar verwachting licht blijven groeien. Opkomende markten zien hun groei vertragen, maar die blijft nog altijd hoog. Van China wordt verwacht dat het – als derde economische grootmacht – een ruim monetair beleid gaat voeren, nu recente data uit het land laten zien dat de economie is afgekoeld en de inflatie is gedaald.
Ook voor Nederland wordt in 2012 krimp verwacht. Opmerkelijk is dat de consumentenbestedingen in Nederland zich zwakker ontwikkelen dan in een aantal andere Europese landen. De hoge schulden (hypotheek) in combinatie met dalende huizenprijzen, drukt in Nederland het vertrouwen van consumenten. Ook is er veel onzekerheid over pensioenen in ons land.
Voorzichtigheid geboden
Kortom: aanhoudende onzekerheid over de schuldencrisis, matige economische vooruitzichten. Dit was voor Wilgenhaege reden om de aandelenwegingen te reduceren. Voor de korte termijn blijft er een hoog risico dat beleidsfouten de financiële markten onder druk zetten. Het sleutelbegrip in ons beleggingsbeleid is dan ook: risicobeheersing. Dit verklaart onze voorzichtige positionering in aandelen. We blijven echter alert op kansen: het aankopen van kwalitatief sterke ondernemingen op aantrekkelijke niveaus.
Bij beperkte economische groei blijft het cruciaal ondernemingen te selecteren met een sterke marktpositie. Deze bedrijven moeten in staat zijn hun prijzen te verdedigen, zonder verlies van marktaandeel. Ook een sterke balans en een flexibele kostenstructuur laten we – zeker in het huidige economische klimaat – zwaar wegen bij de selectie van aandelen. Nog steeds zien we kansen in opkomende markten, technologie, duurzaamheid en grondstoffen.


